Terug naar Blog
Handhaving

ATAD2-documentatie ontbreekt: sancties, bewijslast en wat de inspecteur mag vragen

Art. 12ag Wet Vpb 1969 kent geen eigen ATAD2-boete. De gevolgen van ontbrekende documentatie lopen via de zware bewijslast van lid 2 (doen blijken) en via het algemene sanctiestelsel van de AWR. We leggen uit wat de inspecteur mag vragen, wanneer een informatiebeschikking dreigt, en hoe u het herstelt.

Art. 12ag Wet Vpb 1969 bevat geen eigen boetebepaling voor ontbrekende ATAD2-documentatie. Wat er wel gebeurt: voldoet u niet aan de documentatieplicht van lid 1 en heeft de inspecteur een onderbouwd vermoeden dat de hybridemismatchregels van toepassing zijn, dan kan hij u op grond van art. 12ag lid 2 vragen te doen blijken dat ze niet van toepassing zijn, de zwaarste bewijsmaatstaf die de wet kent. Daarnaast loopt u risico via het algemene sanctiestelsel van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR): een informatiebeschikking, en bij een onjuiste aangifte een vergrijpboete. Dit artikel legt uit hoe die sporen samenhangen.

Geen aparte ATAD2-boete, wel sancties via bewijslast en AWR

Anders dan bij sommige andere documentatieverplichtingen kent art. 12ag Wet Vpb 1969 geen eigen, gefixeerde boete voor het ontbreken van een ATAD2-dossier. Wie geen documentatie kan overleggen, krijgt niet automatisch een boete van een vast bedrag. De consequentie zit in de bewijslastverdeling: voldoet u niet aan de documentatieplicht van lid 1 en heeft de inspecteur een onderbouwd vermoeden dat afdeling 2.2a van toepassing is, dan kan hij u op grond van art. 12ag lid 2 vragen te doen blijken, overtuigend aan te tonen, dat de regels niet van toepassing zijn. Lid 3 bevat geen eigen bewijslastregel: dat lid is uitsluitend een grondslag om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen.

Dat is op zichzelf al een aanzienlijk nadeel: het is lastiger overtuigend aan te tonen dat iets niet van toepassing is dan de inspecteur te laten bewijzen dat het wel zo is. Daar bovenop komt het algemene sanctiestelsel van de AWR, dat losstaat van art. 12ag maar wel wordt geactiveerd door hetzelfde feitencomplex: het ontbreken van een deugdelijke administratie.

Kernpunt

Er bestaat geen vast bedrag "boete voor ontbrekende ATAD2-documentatie". Wat u wel riskeert: bij een onderbouwd vermoeden van de inspecteur draagt u de zware bewijslast van art. 12ag lid 2 voor uw eigen conclusie, kan de inspecteur bij het niet voldoen aan uw administratie- of inlichtingenplicht een informatiebeschikking afgeven, en kan een uiteindelijke correctie tot een vergrijpboete leiden als sprake is van opzet (en, bij navordering, ook grove schuld).

Wat mag de inspecteur vragen?

Twee AWR-bepalingen zijn hier relevant. Art. 47 AWR geeft de inspecteur de bevoegdheid om gegevens en inlichtingen op te vragen die van belang kunnen zijn voor uw belastingheffing. Uw ATAD2-dossier valt daaronder zodra de inspecteur wil vaststellen of de hybridemismatchregels correct zijn toegepast. Art. 52 AWR verplicht u om een administratie te voeren waaruit uw rechten en verplichtingen blijken, inclusief de fiscale posities die daarop steunen.

Art. 12ag Wet Vpb 1969 zelf bevat geen wettelijke termijn. Lid 2 geeft de inspecteur de bevoegdheid om, bij een onderbouwd vermoeden dat afdeling 2.2a van toepassing is, te vragen dat de belastingplichtige doet blijken dat dit niet zo is; lid 3 is louter een delegatiebepaling voor een ministeriële regeling. De memorie van toelichting bij de wetgeving (Kamerstukken II 2018/19, 35241, nr. 3) noemt daarbij naar verwachting circa zes weken als voorbeeld van een redelijke termijn; de latere nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2019/20, 35241, nr. 7) en de memorie van antwoord Eerste Kamer (nr. C) noemen minimaal zes weken. Geen van beide is een vaste wettelijke termijn in de tekst van art. 12ag zelf. De daadwerkelijke termijn hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de complexiteit van uw structuur.

De informatiebeschikking en omkering van de bewijslast

Voldoet u niet aan de inlichtingen- of administratieplicht van art. 47 of art. 52 AWR, dan kan de inspecteur een informatiebeschikking afgeven op grond van art. 52a AWR. Dit is een formele beschikking waartegen u bezwaar en beroep kunt instellen. Wordt de informatiebeschikking onherroepelijk, bijvoorbeeld omdat u er niet tijdig tegen opkomt of omdat de rechter de inspecteur in het gelijk stelt, dan geldt voor de gehele aanslag omkering en verzwaring van de bewijslast op grond van art. 25 lid 3 en art. 27e AWR.

Dat is dezelfde zware bewijsmaatstaf als bij art. 12ag lid 2: doen blijken, overtuigend aantonen. Het verschil zit niet in de zwaarte van het bewijs, maar in de reikwijdte en de trigger. Art. 12ag lid 2 raakt alleen de specifieke vergoeding of betaling waarover de inspecteur een onderbouwd vermoeden heeft en vereist dat u niet al aan lid 1 heeft voldaan; de omkering van art. 25 lid 3/27e AWR raakt de volledige aanslag en volgt uit het onherroepelijk worden van een informatiebeschikking.

Let op

Een informatiebeschikking komt niet uit de lucht vallen. De inspecteur vraagt eerst om de documentatie en geeft u de kans om binnen de gestelde redelijke termijn te reageren. Wie het dossier alsnog aanlevert voordat de beschikking onherroepelijk wordt, kan de omkering van de bewijslast vaak nog voorkomen.

De vergrijpboete bij een onjuiste aangifte

Los van de bewijslastverdeling loopt u risico op een vergrijpboete als de ontbrekende documentatie leidt tot een onjuiste aangifte. Bij de (primitieve) aanslag geldt art. 67d AWR: een vergrijpboete is dan alleen mogelijk bij opzet van de belastingplichtige. Bij een navorderingsaanslag geldt art. 67e AWR: daar is een vergrijpboete mogelijk bij opzet of grove schuld. Beide boetes kunnen oplopen tot 100% van de nagevorderde of gecorrigeerde belasting.

Het gaat hierbij niet om het enkele ontbreken van documentatie, maar om de vraag of de onderliggende aangiftepositie, bijvoorbeeld een aftrekpost die achteraf onder art. 12aa of 12ad had moeten worden geweigerd, aan opzet of grove schuld te wijten is. Een onjuist ingevulde hybride-mismatchvraag in de aangifte, gecombineerd met het ontbreken van enige onderbouwing, is een factor die het risico op een vergrijpboete vergroot. Wat deze vraag in de aangifte precies inhoudt, leest u in ons artikel over de hybride-mismatchvraag in de VPB-aangifte.

Belastingrente bij een correctie

Leidt een controle tot een correctie van uw belastbare winst omdat een aftrek onder de hybridemismatchregels alsnog wordt geweigerd, dan loopt daarnaast belastingrente. Deze bedraagt 5% in 2026: het algemene tarief, dat na het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) ook voor de vennootschapsbelasting geldt. De rente loopt vanaf zes maanden na afloop van het boekjaar (art. 30fc AWR). Belastingrente is geen boete, maar een vergoeding voor het feit dat te weinig belasting op tijd is betaald, en telt op bij een correctie die volgt uit een tekortschietend ATAD2-dossier.

De aangiftevraag als eerste toets

De eenvoudigste manier om te zien of uw ATAD2-positie überhaupt onder de aandacht van de Belastingdienst komt, is de vraag in de VPB-aangifte zelf. Sinds belastingjaar 2023 vraagt de aangifte expliciet of de hybridemismatchmaatregelen relevant zijn. Beantwoordt u die vraag zonder onderliggende documentatie, dan is dat precies het scenario dat tot de hierboven beschreven gevolgen kan leiden: een informatieverzoek dat u niet kunt beantwoorden, en een aangiftepositie die u niet kunt onderbouwen. Zie ook het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 voor de actuele beleidsstandpunten waarop uw onderbouwing kan steunen.

Stappenplan om het te herstellen

Heeft u nog geen ATAD2-dossier, dan is dat te herstellen voordat de inspecteur erom vraagt:

  1. Inventariseer de groepsstructuur. Breng alle gelieerde lichamen in kaart, binnen en buiten Nederland, met de 25%-toets van art. 12ac lid 2 Wet Vpb 1969 als uitgangspunt.
  2. Verzamel de grensoverschrijdende geldstromen. Rente, royalty's, dienstvergoedingen en huur met gelieerde partijen.
  3. Toets elke geldstroom tegen de vijf mismatchcategorieën. D/NI, dubbele aftrek, geïmporteerde mismatch, omgekeerd hybride en vaste-inrichtingsmismatches.
  4. Leg de conclusie vast, ook als die negatief is. Zie ons artikel over de documentatieverplichting van art. 12ag voor wat een volledig dossier moet bevatten.
  5. Dateer het dossier en verwijs naar het toepasselijke beleidsbesluit. Op dit moment het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026.

Begin met de gratis Risicocheck om te zien welke van de vijf mismatchcategorieën voor uw structuur relevant zijn.

Veelgestelde vragen

Krijg ik een boete als ik geen ATAD2-documentatie heb?

Art. 12ag Wet Vpb 1969 kent geen eigen, vaste boete voor het ontbreken van ATAD2-documentatie. Wat wel gebeurt: voldoet u niet aan de documentatieplicht van lid 1 en heeft de inspecteur een onderbouwd vermoeden dat de hybridemismatchregels van toepassing zijn, dan kan hij u op grond van lid 2 vragen te doen blijken, overtuigend aan te tonen, dat de regels niet van toepassing zijn. Daarnaast loopt u via het algemene AWR-sanctiestelsel risico op een informatiebeschikking en, bij een onjuiste aangifte door opzet of grove schuld, een vergrijpboete op grond van art. 67d of 67e AWR.

Wat mag de inspecteur precies vragen?

Op grond van art. 47 AWR mag de inspecteur gegevens en inlichtingen opvragen die van belang kunnen zijn voor uw belastingheffing, waaronder uw ATAD2-dossier. Art. 52 AWR verplicht u om een administratie te voeren waaruit uw fiscale positie blijkt. Art. 12ag zelf bevat geen wettelijke termijn: lid 2 geeft de inspecteur de bevoegdheid om, bij een onderbouwd vermoeden dat afdeling 2.2a van toepassing is, te vragen dat te doen blijken. De memorie van toelichting (Kamerstukken II 2018/19, 35241, nr. 3) noemt naar verwachting circa zes weken als voorbeeld van een redelijke termijn; de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2019/20, 35241, nr. 7) en de memorie van antwoord Eerste Kamer (nr. C) noemen minimaal zes weken.

Wat is een informatiebeschikking en wat betekent die voor mij?

Voldoet u niet aan de administratie- of inlichtingenplicht van art. 47 of 52 AWR, dan kan de inspecteur een informatiebeschikking afgeven op grond van art. 52a AWR. Wordt die onherroepelijk, dan geldt voor de volledige aanslag omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 25 lid 3 en art. 27e AWR): u moet dan overtuigend aantonen dat de aanslag onjuist is. Dat is dezelfde zware bewijsmaatstaf als bij art. 12ag lid 2 (doen blijken); het verschil zit in de reikwijdte (12ag: de specifieke vergoeding of betaling; art. 25 lid 3/27e AWR: de volledige aanslag) en de trigger (12ag: het niet voldoen aan lid 1 plus een onderbouwd vermoeden van de inspecteur).

Wanneer kan ik een vergrijpboete krijgen?

Bij de (primitieve) aanslag geldt art. 67d AWR: een vergrijpboete alleen bij opzet. Bij een navorderingsaanslag geldt art. 67e AWR: een vergrijpboete bij opzet of grove schuld. Beide kunnen oplopen tot 100% van de nagevorderde of gecorrigeerde belasting, bijvoorbeeld als de hybride-mismatchvraag in de aangifte onjuist is beantwoord zonder onderbouwing. Ontbrekende documentatie op zichzelf is geen vergrijp; de vraag is of de onjuiste aangiftepositie aan opzet of grove schuld te wijten is.

HybridMismatch.com

Nog geen ATAD2-dossier voordat de inspecteur ernaar vraagt?

Doe eerst de gratis Risicocheck. Voor eenvoudige structuren (max. 3 entiteiten, 2 jurisdicties) genereert u daarna het documentatiedossier voor € 49 excl. btw, meestal binnen 15 minuten klaar.