Welke vragen stelt de aangifte?
De aangifte vennootschapsbelasting stelt de vraag sinds belastingjaar 2023 expliciet: u bevestigt in de aangifte of de documentatieverplichting voor hybride mismatches op uw vennootschap van toepassing is. Daarnaast zit de vraag in de winstberekening zelf: past een van de hybridemismatch-bepalingen van art. 12aa tot en met 12ae Wet Vpb 1969, dan corrigeert u een aftrekpost of een vrijstelling in de aangifte. Concludeert u dat geen enkele bepaling van toepassing is, dan is dat net zo goed een standpunt dat u inneemt tegenover de Belastingdienst.
Het probleem is dat een aangifte zelf niet laat zien waarom u tot die conclusie bent gekomen. De onderbouwing hoort niet in de aangifte, maar in uw administratie, op grond van de documentatieverplichting van art. 12ag Wet Vpb 1969. Zonder die onderbouwing staat u met lege handen zodra de inspecteur ernaar vraagt.
Kern: de aangifte vraagt om een standpunt, art. 12ag vraagt om het bewijs achter dat standpunt. De twee horen bij elkaar, maar worden vaak los van elkaar behandeld: de aangifte wordt ingediend, het dossier blijft liggen.
Wat moet er in de documentatie staan?
Een dossier dat aan de standaard van art. 12ag voldoet, bevat in de praktijk minimaal: een groepsstructuur met kwalificatie per jurisdictie, een overzicht van alle grensoverschrijdende verbonden-partijbetalingen over het boekjaar, een analyse per betaling tegen de vijf mismatchtypes (D/NI, DD, geimporteerde mismatch, omgekeerde hybride en vaste-inrichtingsmismatch), en een conclusie per entiteit met verwijzing naar het toepasselijke artikel.
- Groepsstructuur met kwalificatie per jurisdictie (transparant, niet-transparant, hybride)
- Overzicht van alle grensoverschrijdende verbonden-partijbetalingen
- Analyse per betaling tegen alle vijf mismatchtypes, met sub-onderdeel van art. 12aa waar van toepassing
- Conclusie per entiteit, met een expliciete Art. 12ag-verklaring
Dit is precies wat het gegenereerde documentatiedossier op deze site oplevert: een analysememo en een compliance-checklist die u in uw eigen administratie bewaart.
Wat als de inspecteur om de documentatie vraagt?
De Belastingdienst kan het ATAD2-dossier opvragen in het kader van een boekenonderzoek of een informatieverzoek op grond van art. 47 AWR. Dat kan los staan van de aangifte zelf, soms pas jaren later. Art. 12ag zelf bevat geen wettelijke termijn; de memorie van toelichting bij de wetgeving (Kamerstukken II 2018/19, 35241, nr. 3) noemt naar verwachting circa zes weken als voorbeeld van een redelijke termijn, en de latere nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2019/20, 35241, nr. 7) noemt minimaal zes weken.
Voldoet u niet (volledig) aan de documentatieplicht van art. 12ag lid 1 en heeft de inspecteur een onderbouwd vermoeden dat de hybridemismatch-bepalingen van toepassing zijn, dan kan hij u op grond van lid 2 vragen te doen blijken, overtuigend aan te tonen, dat de bepalingen niet van toepassing zijn: een zwaardere bewijsmaatstaf dan aannemelijk maken. Zie ook het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 (besluit van 16 juli 2026, nr. 2026-12123, Stcrt. 2026, 26405, in werking sinds 25 juli 2026), dat de behandeling van dual inclusion income bij dubbele-aftrekgevallen regelt en het besluit van 31 oktober 2022, nr. 2022-23956, heeft vervangen. Lees verder: wat de inspecteur precies mag vragen, de informatiebeschikking en de vergrijpboete.
Let op: een dossier dat u pas begint te schrijven nadat het informatieverzoek is binnengekomen, is niet contemporain en overtuigt de inspecteur minder. Stel het dossier op vóór of bij het indienen van de aangifte, niet erna.
Geldt dit ook voor mkb?
Ja. Art. 12ag Wet Vpb 1969 kent geen ondergrens voor omzet, balanstotaal of aantal medewerkers. Een BV met een enkele buitenlandse dochter of een grensoverschrijdende intercompany-lening valt onder dezelfde documentatieverplichting als een beursgenoteerde groep. Het verschil zit in de omvang: bij een eenvoudige structuur met een beperkt aantal buitenlandse verbonden lichamen is een compact dossier van een paar pagina's vaak voldoende, terwijl een groep met meerdere jurisdicties en hybride instrumenten een uitgebreider memo nodig heeft.
Er is dus geen "wij zijn te klein voor ATAD2"-uitzondering. Wel is de diepgang van het dossier proportioneel aan de complexiteit van uw structuur, en dat is precies waarom een gestandaardiseerd, betaalbaar dossier voor het mkb werkt: u betaalt niet voor complexiteit die uw structuur niet heeft. Heeft u geen buitenlandse gelieerde partijen, dan is een nihil-beoordeling meestal voldoende: lees verder in wat een nihil-beoordeling minimaal moet bevatten.